Als
ik een ding mocht kiezen dat op dit moment beter zou kunnen in mijn
leven, is dat het feit dat ik in Antwerpen woon, maar in de hoofdstad
werk. De dagelijkse dubbele treinrit is niet alleen tijdrovend, maar
zeer belastend voor mijn misantropische persoonlijkheid.
Sta me toe uw gids te zijn in mijn dagelijkse ellende : Sinds enkele
dagen prijkt er een reclamebord tegen de muren van Baarchem Statie, met
daarop de noodzakelijke berichtgeving over een nieuwe afwasmachine:
“Eindelijk een afwasmachine die in uw plaats denkt!” luidt de slogan.
Ik laat dit even op u inzinken.
Nu
is het mij al langer bekend dat de gemiddelde afwasmachine
intelligenter is dan de gemiddelde Belg, maar de persoon die dit
‘bedacht’ heeft moet toch wel een zware vtm-kijker zijn. “oei nee,
weeral nadenken! pff das zoveel werk, kon de afwasmachine dat maar in
mijn plaats doen” moet door zijn of haar lege hersenpan geëchoed
hebben. Dat, of zijn afwasmachine heeft deze slogan bedacht. Enfin, ik
denk graag, en ben vrijwel de enige, zo blijkt. Hopelijk is dat genoeg
om de toekomstige Rise of the Dishwashing Machines af te wenden.
Goed,
maar ik vertelde u dus over mijn trip. Eenmaal op het perron aangekomen
doet zich een merkwaardig fenomeen voor: mensen die schijnbaar op de
trein stonden te wachten, stappen niet op als hun trein aangekomen is.
Ze wandelen echter voor mijn voeten, liefst zo traag mogelijk, en
vervallen soms in een ‘ganzendansje’ waarbij ze doen alsof ze wandelen
maar in werkelijkheid enkel van het linkerbeen op het rechterbeen
waggelen, terwijl ze proberen uit te maken of ze nu wel of niet gaan
opstappen, langs welke kant en in welke wagon. Ja, beste lezer, elke
morgen is het weer een gevecht met mezelf om niet de achillespezen van
uw tante Henriette over te stampen. Groepen pendelaars stappen niet
ordelijk op, nee, ze neigen naar maximale entropie, en proberen daarbij
zoveel mogelijk mensen hun efficientie te hinderen, liefst dan nog
terwijl ze een op het perron verboden sigaret tot zich nemen. Ik haat
maar een ding meer dan mensen, en dat zijn mensen die roken. Zelfde
ritueel bij het uitstappen. In de smalle gangetjes tussen de zetels
raken mensen schijnbaar in paniek, onmachtig te kiezen tussen de 2
uitgangen per treinstel en doen een rondedansje op de plaats waar ze de
flow het ergste hinderen. Nu begrijpt u ook waarom deze medereizigers
een afwasmachine nodig hebben om dit soort beslissingen voor hen te
nemen.
In Brussel neemt de hinder gek genoeg af, althans dit
soort. Meestal zitten hier 3 soorten mensen te wachten om mijn korte
wandeling naar de rattenkooi te hinderen: Japanse toeristen, bedelaars,
en sinds het warm weer is, groepen laatstejaarsstudenten uit het
middelbaar. Over de eerste 2 hoef ik niet uit te wijden, alle
stereotypes kloppen. De laatste daarentegen is telkens weer boeiend.
Zowel de begeleiders als de studenten lijken desondanks deze
openluchtwandeling als afwisseling op hun grijze celblokken maar met
een gedachte rond te lopen: “waarom zijn we eigelijk hier?”. Gelukkig
zijn dit soort tripjes meestal in de warmere maanden gepland, en lopen
de jongedames er vrij schaars gekleed bij, wat hun aanwezigheid toch
net iets minder tergens maakt. Veel verder ga ik over dit soort
jeugd-van-tegenwoordig-toestanden niet gaan, want dan loop ik het
risico een aantal Ouwe-zak-comments tegen mijn looprek te krijgen. Toch
2 opmerkingen: Schaarsheid van kleding wordt tegenwoordig wel erg ver
doorgetrokken: bij elke klaskudde loopt er minstens een meisje op blote
voeten rond. In de hoofdstad. De ’sletskes’ van vorige zomer zijn dus
ook al weer passé. U zou denken dat het altijd om de alternativo van de
klas gaat, met dreadlocks en van die geitewollen truien enzo, maar nee,
het schijnt een algemeen fenomeen te zijn. Zelfs snobtrutjes heb ik het
al zien doen. Weird. Met mijn laatste bemerking wil ik graag op een
positieve noot eindigen: de volgende formule blijkt waar te zijn:
Hoe schaarser gekleed het meisje, hoe knapper ze lijkt. Dit geldt maar
tot een bepaald kantelpunt, waar als het gewicht van het betrokken
meisje een bepaald punt overschrijdt, net het omgekeerde waar wordt. Ik
zal mijn leven wijden aan het vinden van dit punt, te beginnen met de
range 30-65kg. Alle lezeressen die hier zich in herkennen worden dan
ook verzocht zich aan te melden in mijn laboratorium.